SchOOLwiki

zoekopdracht

sociale vaardigheden

Kinderen leren heel veel door de onderlinge omgang met elkaar. Er zijn binnen het Kindcentrum kinderen van diverse leeftijden. Deze gemengde samenstelling biedt veel mogelijkheden om sociale vaardigheden te oefenen en te ontwikkelen. De jongere kinderen leren van de oudere kinderen. De oudere kinderen kunnen de jongere kinderen helpen of ze helpen de groepsleiding.

Er zijn veel interacties die een variëteit aan leer en ontwikkelingsmomenten bieden, bijvoorbeeld samen spelen, het overleggen hierover, rekening houden met elkaar. Zo wordt er bij conflicten niet altijd direct ingegrepen, maar worden de kinderen gestimuleerd zelf een ruzie op te lossen. De kinderen worden betrokken bij het maken van een gezellige sfeer door bijvoorbeeld de ruimte te versieren. Opruimen hoort daar natuurlijk ook bij.

De medewerkers begeleiden en structureren dit leerproces. Dit doen ze door duidelijk te zijn over wat er verwacht wordt, één lijn tussen de groepsleiding en een positieve en opbouwende houding. De sfeer is huiselijk en doet denken aan een groot gezin. Binnen een groot gezin zijn duidelijke afspraken van belang. Deze zijn vastgelegd in regels. Deze geven richting, duidelijkheid en houvast aan de kinderen over wat wel en wat niet mag. Er zijn algemene regels die gelden voor het gehele Kindcentrum. Daarnaast kunnen er voor de verschillende groepen specifieke afspraken gelden. Daarover vindt afstemming plaats tussen de groepen, zodat de grote lijn gelijk blijft.

Binnen het Kindcentrum vinden we het belangrijk dat de kinderen emoties (leren) uiten en leren hiermee om te gaan. We bieden hier de ruimte voor en de grenzen waarbinnen dit kan. Bijvoorbeeld: boos zijn mag, maar het is niet goed dit uit te vechten. Het is de taak van de medewerkers om bij te dragen aan een positief verloop van deze processen.

Wij nemen ieder kind serieus in zijn behoefte en geven daarmee aan dat hij als ‘individueel persoon’ belangrijk is. Kinderen hebben de vrijheid om te zeggen wat hen bezighoudt. De medewerkers gebruiken in hun omgang met de kinderen een uitnodigende of stimulerende vraagstelling zoals: “Heb je zelf een idee? Wat wil je dat ik voor je doe? Of wat ga je er zelf aan doen?”. Succes behalen door passende taken of opdrachten geeft het kind zelfvertrouwen.